Gisteren was het de 19e verjaardag van mijn MS. Op twaalf oktober 2005 kreeg ik de diagnose. Dat is toch al wel heel lang geleden. Nu denk ik vaak, wat was ik eigenlijk nog jong om geconfronteerd te worden met een ongeneeslijke ziekte. Toen vond ik dat helemaal niet. Maar achteraf bezien is dat natuurlijk wel zo. Inmiddels zijn we dus bijna twintig jaar verder. Of ik mijn MS helemaal geaccepteerd heb weet ik niet. Dat is ook lastig, want ik heb elke keer weer te maken met een stukje verlies. Inmiddels spreek ik wel over mijn MS en gebruik ik toch maar hoofdletters voor de ziekte. Het laat zich ook steeds meer met hoofdletters gelden en is helaas niet meer weg te denken in de dagelijkse dingen die ik doe. Momenten van acceptatie laten zich denk ik het beste vatten in de zin die de tante van mijn echtgenoot vroeger vaak berustend uitsprak over zaken die niet zo leuk waren: ‘Het is één keer zo!’ Een zin waar ik me verder vaak aan vasthoud is er één van mijn vader: Je kunt er beter maar om lachen, dan om huilen. Want als je lacht, doet het ook geen zeer.
De laatste zin moeten jullie maar even in het dialect bedenken voor wie dat kan. Schrijven in het dialect is mij niet gegeven.
Bijna twintig jaar MS, dan gaat het dus nog best wel goed. Ik red me nog prima met de meeste dingen in huis. Ik kan nog goed fietsen, sport heel veel en ben gelukkig nog niet rolstoelafhankelijk. Toch maakt MS ons leven soms best ingewikkeld. Het is dan ook niet zo dat ik nooit verdriet voel om de dingen die niet meer zo goed gaan. Wanneer ik hier een opsomming van zou maken zou het een heel lange lijst worden. Dat moeten we maar niet doen. Kijken wat er wel is en nog wel kan, is beter. Dat is overigens iets wat je alleen zelf moet bedenken, wanneer iemand anders dat zegt word ik daar altijd een beetje kriegelig van. Tenzij mensen zelf ook met verlies te maken hebben. De rest heeft gemakkelijk praten.
Afgelopen week ben ik weer eens gevallen. Niet dat het zo vaak gebeurt, maar het komt wel voor. Ik was in de bijkeuken en had twee flessen schoonmaakmiddel uit de kast gepakt. Toen ik mij omdraaide om naar de keuken te lopen struikelde ik over mijn eigen voeten. Niet eens over de drempel, maar gewoon. Als je het hebt over dankbaarheid dan ben ik dankbaar dat ik zonder schade zelf weer overeind kom en dat mijn eerste gedachte dan is: ‘Zo, ga daar maar liggen!’ Ik ben blij met een hoofd dat meestal de humor van de dingen wel in kan zien en ik had natuurlijk wel geluk dat ik zo weer op kon staan. Niets gebroken, geen blauwe plekken, zelfs geen pijn.
Ach ja, verdriet om verlies en blij met de dingen die goed gaan. Het lijkt het leven wel.
J̌olanda wat een .ooi verhaal je ent een topper zoals jij over je leven schrijft